Geschiedenis

De Shetland Sheepdog, door liefhebbers, kortweg Sheltie genoemd, is afkomstig van de Shetland Eilanden in het noordoosten van Schotland.
De boeren van de Shetland Eilanden hadden behoefte aan een kleine, sterke hond om hen te helpen bij de diverse werkzaamheden op en rond de boerderij.
Het werk van de Sheltie bestond uit het bijeen houden van de kleine kudde schapen, het voorkomen dat de schapen zich aan de op de akkers groeiende gewassen te goed deden en het waarschuwen bij onraad door te blaffen.
Omdat de boeren in tijd van voedselschaarste genoodzaakt waren hun schapen op kleine, onbewoonde eilanden onder te brengen, moest de Sheltie in staat zijn zelfstandig te werken. Het uiterlijk van de hondjes was voor de boeren van geen belang. Wel moesten ze bestand zijn tegen het klimaat, dat getypeerd werd door regen, storm en mist.

Omstreeks 1900 kreeg de Sheltie meer bekendheid buiten de Shetland Eilanden. Bezoekers raakte onder de indruk van de kleine, sierlijke hondjes en namen ze met zich mee. Het uiterlijk van de Sheltie werd hierdoor meer van belang. De langharige Schotse Collie werd gebruikt om meer eenheid in type te verkrijgen.
In 1914 is het ras erkend door de Kennel Club te Engeland.
In 1929 kwam de eerste Sheltie naar Nederland.